OPLEIDINGS- EN ONTWIKKELINGSFONDSEN VOOR ENERGIE, KABEL & TELECOM EN AFVAL & MILIEUBEDRIJVEN

Bart van Eggelen: 'Vakopleidingen en Leren op de werkplek dé weg naar flexibeler scholing?'

"Door de krappe arbeidsmarkt in techniek proberen de bedrijven in onze sectoren de opleidingstijd voor hun medewerkers te verkorten. Maar de mbo-scholen kunnen door de huidige wet- en regelgeving onvoldoende inspelen op die behoefte. De bedrijven hebben ook behoefte aan meer flexibiliteit in scholing. Daarom kiezen zij er steeds vaker voor commerciële opleiders die mensen in korte tijd doelgericht 'klaarstomen' voor hun werk.

Er worden soms vraagtekens gezet bij de vakbekwaamheid van deelnemers die zo'n 'stoomcursus' hebben gevolgd en daarvoor geslaagd zijn. Maar twijfel hierover moet worden uitgesloten. Werken in het elektriciteitsnetwerk, bijvoorbeeld, vraagt om vakkundig handelen; een monteur moet zijn werk veilig kunnen doen. Zo niet, dan zijn de veiligheidsrisico’s onacceptabel groot, en niet alleen voor de monteur zelf. Daarom moeten de netwerk- en aannemingsbedrijven objectieve en eenduidige vakbekwaamheidseisen gaan vaststellen. Daarmee kunnen zij een vakopleiding opzetten, die aanstaande medewerkers zonder omhaal en zo praktisch mogelijk tot gekwalificeerde vaklieden schoolt."

In het mbo-onderwijs vormt de 'beroepskwalificatie' de basis voor de beroepsopleiding. Deze kwalificatie komt tot stand in overleg tussen het onderwijs en het bedrijfsleven. Het schema hieronder geeft inzicht in het proces dat nodig is om een nieuwe kwalificatie te realiseren of een bestaande ingrijpend te wijzigen.

Ontwikkelen van een nieuwe kwalificatie mbo - 930px


"De wet- en regelgeving zorgt voor beperkingen als we proberen om de beroepskwalificatie - en vervolgens de beroepsopleiding - volledig toe te spitsen op de vakbekwaamheidseisen, zoals de bedrijven deze voor ogen hebben. Denk hierbij aan de loopbaan- en burgerschapscompetenties, maar ook de beheersing van de Nederlandse taal als verplicht onderdeel van de beroepsopleiding. Nu de vraag van de bedrijven om vakbekwame monteurs zó groot is moet de scholing zich richten op het ambacht van monteur."

Drie verschillende leerwegen naar vakbekwaam technicus

Leerweg 1: het mbo-onderwijs - een 'mammoettanker'
Voor veel technische bedrijfstakken is de mbo-opleiding de geëigende leerweg voor een startende beroepsbeoefenaar. In de sector energie netwerkbedrijven, bijvoorbeeld, werken bedrijfsscholen nauw samen met mbo-scholen. De bedrijfsscholen verzorgen de infraspecifieke vakken en de mbo-scholen verzorgen de generieke onderdelen. In de sector GEO is voor de AfvalEnergieCentrales (AEC’s) de mbo-opleiding Allround Operationeel Technicus (AOT) de meest voor de hand liggende route die leidt een startkwalificatie.
 
Echter, op dit moment is de druk om nieuwe instroom en zij-instroom in een kortere opleidingsduur te scholen tot vakbekwaam technicus zó groot, dat de wet- en regelgeving in het beroepsonderwijs begint te knellen. Door de huidige regels is de doorlooptijd voor scholing tot bekwaam technicus onnodig lang. De bedrijven willen de opleidingsinhoud uitsluitend richten op de vaktechnische kennis en vaardigheden. Door deze focus kan de opleidingsduur aanzienlijk verkort worden.

Leerweg 2: de vakopleiding - terug naar het ambacht
Steeds vaker wordt de vakopleiding als interessante optie genoemd; dat is zeker een verkenning waard. Binnen de sector GEO zijn de eerste stappen voor zo'n vakopleiding al gezet. Los van de wet- en regelgeving van het ministerie van OCW heeft het O&O fonds GEO samen met de AEC’s de vakbekwaamheidseisen voor de (hoofd)operator vastgesteld. Het O&O fonds legt deze eisen voor aan de Examenkamer. Na erkenning krijgen deze vakbekwaamheidseisen de wettelijke status van 'branche-erkende opleiding'.

Met deze vakbekwaamheidseisen als basis wordt een modulaire opleidingsstructuur opgezet, waarmee scholing op maat wordt aangeboden. Daar waar nodig krijgen deelnemers online en klassikale ondersteuning aangeboden. Uiteindelijk zal de 'proeve van bekwaamheid' uitwijzen of zij 'startbekwaam' zijn.

Zo'n vakopleiding heeft voor de bedrijven de volgende voordelen:

  • Verkorting van de opleidingsduur, door focus op de vereiste beroepsvaardigheden. Onderdelen van een programma die daaraan geen bijdrage leveren worden geschrapt.

  • Optimalisering van vakmanschap en veiligheid: door focus op vaktechnische vaardigheden tijdens de scholing, neemt de kwaliteit van het vakmanschap na afronding toe.

  • Versnelling van de invoering van nieuwe technologieën en nieuwe werkwijzen in het opleidingsprogramma.

  • Flexibilisering van de scholing, waarbij zonder belemmering van de OCW-wetgeving maatwerkprogramma's kunnen worden aangeboden aan zij-instromers.

  • Verbetering van de continuïteit van de opleiding.
    Door de vergrijzing van vakdocenten op mbo-scholen zullen in de komende jaren veel docenten uitstromen. Scholen lopen dan tegen de uitdaging aan: vacatures voor docenten techniek moeten worden ingevuld terwijl de technische arbeidsmarkt krap is. Bedrijven kunnen technici in eigen kring recruteren voor een rol in een vakopleiding. Naar verwachting kunnen de bedrijven deze plekken gemakkelijker invullen dan scholen, die technici van buitenaf moeten aantrekken.

Leerweg 3: leren op de werkplek - het gilde als leermodel
Een andere variant buiten het mbo-onderwijs om lijkt ook interessant: scholing volgens het principe 'leren op de werkplek'. Een mbo-diploma of een vakbekwaamheidsbewijs vormt dan het einddoel van de opleiding. Beide certificaten hebben een zelfde juridische status en erkenning, maar voor een diploma gelden aanvullende eisen voor de loopbaan- en burgerschapscompetenties en voor de vakken Engels, Nederlands en rekenen.

Binnen de afvalinzamelsector wil het O&O fonds GEO een pilot met 'leren op de werkplek'. Dat traject moet leiden tot het vakbekwaamheidsbewijs 'Meewerkend voorman Beheer en Openbare Ruimte op mbo-3 niveau. Volgens het 'meester-gezelprincipe' volgen de deelnemers een scholingstraject dat volledig op maat gesneden is. Alleen zaken die nodig zijn om het vak te leren maken deel uit van de scholing. Daarbij hoeven de deelnemers niet terug naar de schoolbanken.

De grootste gemene deler tussen de leerwegen 2 en 3 is de focus op de vaktechnische kennis en vaardigheden die voor het beroep vereist zijn.

Het leren wordt toegespitst op hetgeen de deelnemer nog moet leren voor zijn 'proeve van bekwaamheid'. Afhankelijk van de scholingscultuur en de aard van het beroep zijn de leerwegen 2 en 3 goed te combineren. Nu voor de bedrijven "de nood aan de man komt", is er voldoende reden om deze leerwegen verder te onderzoeken.

Samen op verkenning?

Wenb 131

"Graag doe ik een oproep aan de bedrijven om te verkennen: hoe we vakscholing én leren op de werkplek optimaal kunnen inzetten voor het scholen tot vakbekwame technici."

Bart van Eggelen